
Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Keerzijde
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Onderzijde van beeld en plint met nagelresten
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
- Huidige locatieNiet in het museum te zien
- ObjectnummerABM bh499
- Objectnaambeeld
- TitelAnna-te-Drieën
- Vervaardiger
- Datering1495 - 1504
- Materiaaleikenhout, verf
- Afmetingen
- 51.0 cm
- 29.0 cm
- 18.0 cm
- Verwervingsmethodeschenking
- Verwervingsdatum1933-04-20
- BeschrijvingAnna buigt zich over de rugleuning van de zetel, waarop Maria is gezeten, die het naakte kind op haar schoot houdt. Anna draagt in haar linkerhand een opengeslagen boek. Haar rechterhand houdt ze op Maria's rechterschouder. Haar hoog opgetrokken linkerbeen staat op een bankje, dat van achter de zetel zichtbaar is. Het Christuskind laat zijn rechterhand rusten op de appel, die Maria in haar rechterhand draagt. Het heeft zich iets naar links gewend en laat zijn linkerhand rusten op de linkerarm van Maria. Maria ondersteunt met haar linkerhand de opgetrokken beentjes van het kind en houdt zijn rechtervoetje vast. Opvallend is de sterk gebogen stand van Maria's rechterbeen, waarvan de knie naar binnen is gewend. Haar voet lijkt uit haar slof te schieten.
Anna, met hoofd- en kindoek, draagt een lang kleed en een over het hoofd geslagen mantel. Maria is gekleed in een lang gewaad en mantel en heeft een bloemenkrans om het hoofd. Maria en Anna dragen sloffen met ronde neuzen. Het kind heeft een (geschilderde) bloedkoralen ketting om de hals, waaraan vroeger een kruisje (eveneens geschilderd) hing.
De zetel heeft een hoge, brede rugleuning met verdiept middenveld, omlijst door een geprofileerde rand en op de bovenhoeken uitkragende versieringen in de vorm van zeer gestileerde pinakels. De lage armleuningen zijn aan de bovenzijde hol en aan de voorzijde voorzien van een bolprofiel, waaronder een kwarthol en enkele rechte profielen. Links en rechts in de voorzijde onder de leuningen een blindnis met twee toten. Het bankje achter de zetel heeft een geprofileerde bovenrand. De zetel is geplaatst op een grond met smalle, parallelle groeven.
Het beeld staat op een losse, rechthoekige geprofileerde plint, waarin vier gaten met resten van de nagels voor de bevestiging aanwezig zijn. De onderzijde van de plint is uitgehold.
Polychromie:
De polychromie is aangebracht op een dunne, witte grond, de vergulding op een geel-bruine bolus. Het incarnaat is bijna wit met roze blossen. Helderrode lippen. Wimpers, rimpels en plooien zijn heel gedetailleerd weergegeven in rose-bruine tinten. Bij het kind zijn de details van de oren roze. De vingernagels zijn wit met een rode rand. Bij Maria en Anna zijn nog bruine irissen aanwezig. De wenkbrauwen zijn bruin. Het incarnaat van de gezichten wordt begrensd door een roze lijn; zo ook de halspartijen. De haren van Maria en het kind zijn verguld.
Anna's kleed heeft een polimentvergulding. De binnenkant van het kleed ter hoogte van de handen is rood met groefjes om bont te suggereren. Langs de zoom een dubbele rode lijn. Anna's mantel is rood met gouden rand en een zwarte bies tussen het rood en het goud. De binnenkant van de mantel is azurietblauw op een zwarte grond. De kindoek heeft een dubbele roze bies. De doek zelf is wit of grijzig (resten blauw pigment). Het boek heeft een zwarte band, witte bladen met zwarte letters, rode beginkapitalen en pargraaftekens en is goud op snee. De marges van de tekst zijn aangegeven met een rode lijn. Maria heeft een goudkleurig gewaad met roodversierd boord en een brede versierde rand langs de mouwen. Aan de binnenkant van de mouwen links groen en rechts groen en blauw. De buitenzijde van de blauwe mantel heeft brede, gouden boorden waarlangs een gouden lijn; erboven een schulpmotief met op elke punt drie stipjes, waardoor een gestileerd bloemmotief ontstaat. De binnenkant van de mantel is rood met een smalle gouden bies met zwarte belijning. De bloemen van de krans hebben vergulde hartjes en vertonen verder sporen rood. De appel vertoont sporen van vergulding en rood onderaan bij de hand van Maria en bij de vingers van het kind. Het schoeisel is zwart, de binnenkant van Maria's slof is geel, haar kous rood.
Het middenveld van de leuning van de zetel vertoont een brokaatmotief met donkerbruine tot groenige lijnen op goud. De spaarvelden in de blindnissen zijn roze, de randen van de blindnissen verguld. De profilering daarboven en onder afwisselend goud en roze. De plint en de zijkanten van de zetel zijn bruin-rood, de binnenzijde van de armleuningen roze-rood en de profielen goudkleurig. Het zitgedeelte is roze. De omlijsting van de rugleuning is gemarmerd in bruinige en zwarte en grijs-roodachtige tinten. De knoppen boven op de rugleuningprofilering afwisselend goud en rose. Over het algemeen zijn de terugliggende profielen roze en de uitspringende profielen verguld. Het bankje van Anna lijkt rood-bruin. Op de grond nog een klein restje geel-groen. Op de achterzijde is het rood van Anna's mantel op haar hoofd en schouders en op haar linkerbeen doorgezet.
Techniek:
De achterzijde is vrij grof afgevlakt. De kern ligt links in het werkblok. Op het standvlak parallelle gutssporen. Een kleine vierkant gaatje bovenin het hoofd van Anna. In de rugleuning aan de voorzijde een noest.
Staat:
Afgebroken: een stukje uit de bloemenkrans; het rechterbolprofiel van de stoelleuning; een hoek van het profiel daaronder; enkele delen uit de grond, vooral links wat grotere stukken.
Scheurvorming vanuit de kern. Een grote scheur in de voorzijde is dichtgezet met hout en kunsthars.
Een gaatje in de rug en twee moderne schroefgaten.
In het standvlak drie vierkante spijkergaten waarvan twee met resten van spijkers en een onregelmatig ondiep gat.
De polychromie is over de gehele oppervlakte beschadigd en gesleten, vooral op het kleed van Maria. - OpmerkingenInventaris Rientjes: Noord-Nederlands, ca. 1500. Oorspronkelijke polychromie. Later: Hollands/Stichts.
Jaarverslag 1933: Hollands, ca. 1500.
Maastricht 1947: Noord-Nederland.
Timmers 1949: Holland/Sticht. Het stuk zou uit Utrecht afkomstig zijn.
Eindhoven/Utrecht/Maastricht 1953/54: Stichts, eind 15de eeuw.
Aken 1958: Noord-Nederland, ca. 1500.
Utrecht 1962 (Bouvy): Stichts, omstreeks 1500.
's-Gravenhage 1963: id.
Bouvy 1966: Stichts, begin 16de eeuw.
Weezel Errens 1987: Situeert het stuk vanwege het fijne snijwerk van de gezichten, Maria's halsbies, het haar en de bloemenkrans rond haar hoofd in het Gelders/Brabants grensgebied. Op grond van de kleding bepleit hij een datering in het 1ste kw. 16de eeuw. Vergelijkbare composities hebben twee groepen te Funnix, eind 15de eeuw en te Potshausen, begin 16de eeuw.
Utrecht 1988: Stichts, begin 16de eeuw.
Van Weezel Errens 1988: als 1987.
Deeleman-Van Tyen 1990: id.
Uden 1992: Stichts, omstreeks 1500.
Höppener-Bouvy 1995: id., begin 16de eeuw.
Het stuk is in 1993 gerestaureerd door A. Truyen te Maastricht. De polychromie werd gereinigd en vastgezet. De grote scheur in de grond tot onder Maria's rechterhand werd gedicht met balsahout en een gepigmenteerde wasvulling, evenals de scheuren in het verlengde daarvan, door de pols van het kind, het linkergedeelte van zijn borstkas, de rechterborst van Maria en haar hals. Het stuk is daarna geretoucheerd met aquarelverf. Voor de restauratie waren op vele plaatsen noesten in het hout te zien.
In 2013 is het losse voetstuk, de rechthoekige geprofileerde plint, door registrator Arno van Os in een depot herkend als behorende bij dit beeld en weer samengevoegd. Het voetstuk is daarvoor waarschijnlijk meer dan 40 jaar van het beeld gescheiden geweest. - LiteratuurverwijzingenGeen dag zonder Maria (Désirée M.D. Krikhaar), 2017, 15 oktoberMaria [bezoekersboekje] , 2017, nr. 75Anna-te-drieën en de Nederlandse gezinscultuur (Herman Pleij), 2016, p.14, afb.De Sint-Maartenskerk te Doorn : vroeg renaissancemonument, bouwsculptuur en bouwgeschiedenis (Gerard van Wezel), 2015, p. 71-72, afb. 91Na veertig jaar weer herenigd (Arno van Os), 2014, p. 29, afb.Mittelalterliche Bildwerke aus Utrecht 1430-1530 (Dagmar Preising), 2013Middeleeuwse beelden uit Utrecht 1430-1530 (Micha Leeflang), 2012, p. 268, afb.2000 jaar vrouwen en geloof in Nederland (Angela Berlis), 2009, p. 853, afb.Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600 (Marieke van Vlierden), 2004, p. 37 kleurafb., 223Een calvariegroep op het kerkhof van Zuidbroek (Dolf van Weezel Errens), 1999Museum Catharijneconvent : agenda / diary 1998 (Niels H. Koers), 1997, week 31Anna-te-drieën in het Catharijneconvent (Hortense Höppener-Bouvy), 1995, p. 9Heilige Anna, grote moeder : de cultus van de Heilige Moeder Anna en haar familie in de Nederlanden en aangrenzende streken (Ton Brandenbarg), 1992, nr. 77, p. 130, afb. 88Sint Anna-te-Drieën : een onderzoek naar vorm, inhoud en functioneren van het thema St. Anna-te-Drieën in de Nederlandse beeldhouwkunst der late middeleeuwen (Willemien Deeleman-Van Tyen), 1990Middeleeuwse houten beelden uit Friesland (Dolf van Weezel Errens), 1988, nr. 6Helse en hemelse vrouwen , 1988, p. 88, cat. nr. 52; p. 52, afb. 40Beeldhouwkunst [1966] (Désiré Bouvy), 1966, p. 51, afb. omslagKunst uit kerkelijke musea in Nederland (H.J.A.M. van Haaren), 1963, cat. nr. 104Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht (Désiré Bouvy), 1962, cat. nr. 256Unsere Liebe Frau (Wolfgang Braunfels), 1958, cat. nr. 149Onze beeldhouwkunst der late middeleeuwen (Désiré Bouvy), 1953, nr. 55Houten beelden : de houtsculptuur in de Noordelijke Nederlanden tijdens de late middeleeuwen (J.J.M. Timmers), 1949, p. 55 en 56, afb. 95Tentoonstelling Maria in de kunst : internationaal Maria Congres 1947 , 1947, cat. nr. 58Tentoonstelling Maria in de kunst : internationaal Maria Congres 1947 , 1947, cat. nr. 58Middeleeuwse beelden uit Friesland : losse middeleeuwse houtsculptuur waarvan de vroegst bekende verblijfplaats in de provincie Friesland is : een kunsthistorische inventarisatie (Dolf van Weezel Errens), p. 106-117Middeleeuwse beelden uit Friesland : losse middeleeuwse houtsculptuur waarvan de vroegst bekende verblijfplaats in de provincie Friesland is : een kunsthistorische inventarisatie (Dolf van Weezel Errens), p. 106-116Jaarverslag Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht , 1932-33, p. 3, afb. 6
- Opmerkingen?Ziet u een fout of heeft u extra informatie over dit object?
Laat het ons weten!




