- Object textProfeet
Meester van Hakendover, ca. 1400
RMCC b209
Een profeet is bijzonder omdat hij de stem van God hoort. Het jodendom, christendom en de islam kennen gemeenschappelijke profeten zoals Mozes, Elia en Jona. In de heilige boeken Tora, Bijbel en Koran zijn hun voorspellingen opgeschreven. De voorspellingen van profeten uit het Oude Testament verwijzen volgens christenen naar gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament. Welke voorspelling deze kleine profeet opschrijft, weten we niet. - text typetext in permanent exhibition
- written in2018
- On display now
- Current locationGrachtenpand eerste verdieping Feest!
- Object numberRMCC b209
- Object namebeeld
- TitleZittende profeet
- Creator
- Production date1390 - 1409
- Materialsnotenhout, verf, goud
- Dimensions
- 15.5 cm
- 8.0 cm
- 6.5 cm
- Acquisition methodaankoop
- Acquisition date2001-01-08
- DescriptionHet profeetje zit op een bankje met geprofileerde randen en aan de achterzijde afgeschuinde hoeken. Hij heeft zijn rechterbeen over het linkergeslagen en steunt hiermee de banderol waar hij op schrijft. Hij houdt een grote inktpen in zijn rechterhand. Het ene uiteinde van de banderol houdt hij in zijn linkerhand, terwijl het andere uiteinde sierlijk krullend neerhangt tot op de grond, naast zijn lijkervoet. Tevens omklemt hij met zijn linkerhand een inktpotje, waarvan het touwtje langs de voorzijde van zijn hand afhangt. Hij heeft zijn hoofd voorover gebogen en iets naar links geneigd.
De profeet is gekleed in een zeer ruime tunica, die in vloeiende plooien met hoge, ronde graten over het bankje en de benen is gedrapeerd. De tunica heeft een hoge kraag en is op de borst met vierknoopjes gesloten. De wijde mouwen sluiten aan de pols met een knoopje. Op het hoofd draagt de profeet een kaproen-achtige muts, waaruit aan de linkerzijde een lange punt afhangt tot op de rug. Aan de rechterzijde hangt een korte, brede slip naar beneden, die in vier pijpplooien is samengedrukt. De profeet heeft een korte, gespleten baard en een snor. Zijn schoeisel is gepunt.
Polychromie:
De polychromie is grotendeels oorspronkelijk en aangebracht op een dunne, witte grondering. Het incarnaat is lichtroze met lichtrode blossen. Details van de ogen rood, pupil zwart, iris roze-bruinig. Mond helderrood. De baard is matverguld op een geelbruine bolus. De baardharen onder de mond en de snor zijn aangeduid met roodbruine streepjes. De kleding is glansverguld op een roodbruine bolus. De vergulding is ruim opgezet: sporen op het voorhoofd en de ogen, onder het incarnaat. De inktpot en de pen zijn verguld. De banderol is wit.
Op vele plaatsen zijn resten van een groene overschildering op de vergulding waarneembaar. Deze resten groen bevinden zich ook in lacunes. Details van de ogen zijn mogelijk opgehaald (wat grof).
Techniek:
Het stuk is rondom bewerkt en gepolychromeerd.
Werkbanksporen: In het standvlak een klein gaatje, doorsn. 0,6 cm, d. ca. 2 cm. Bovenin het hoofd een klein, rond deukje. Het gaatje in het standvlak zal ook zijn gebruikt om het stuk op een sokkeltje te bevestigen: het toont verder geen bevestigingssporen.
Staat:
De punt van de muts lijkt doorgescheurd en hersteld.
Afgebroken: een stukje van het touwtje van de inktpot (met het dopje?); een randje van de banderol aan het linker uiteinde; een stukje van de achterrand van de banderol.
De polychromie is wat gesleten en beschadigd. Vertoont meerdere oude lacunes, vooral boven op het hoofd, langs randen en op uitstekende delen. Recentere lacunes aan de voorzijde op het rechterbeen, op de linkerelleboog. Het stuk is ooit gerestaureerd: oude lacunes zijn ingetoond met donkerbruine verf; op enkele plaatsen is losgeraakte polychromie (soms wat scheef) vastgezet. - NotesWijzigingen basisregistratie:
Zuid-Nederland;Brussel;
1390-1409
notenhout;verf;goud;
Almelo 1957: Brussel, ca. 1400. Uit dezelfde serie als de notenhouten beeldjes in de KMKG te Brussel en het Liebieghaus te Frankfurt. Ten nauwste verwant met de stenen profetenbeelden van het stadhuis te Brussel, nu in het Historisch Museum aldaar: Bourgondië, richting Claus Sluter.
Laren 1958: id.
Keulen 1978: Didier en Steyaert schrijven de vier profeten te Ath en Frankfurt toe aan Brussel, Meester van Hakendover, ca. 1400, voor 1404. De profeten in Ath hebben hun polychromie verloren, die in Frankfurt hebben vergulding en beschildering grotendeels bewaard. Ze behoren tot een serie van minstens vijf profeten. De vijfde (met gekruiste benen zittend, schrijvend op een schriftrol) is van een foto bekend, maar verloren gegaan. De groep is stilistisch verwant aan een stenen profetenfiguur van het Brusselse raadhuis, eveneens toegeschreven aan de Meester van Hakendover en zijn atelier, 1404-1405. Een volkomen stilistische overeenkomst bestaat volgens de auteurs met de figuren van het retabel te Hakendover. Vanwege de kwalitiet van de uitvoering moeten de kleine profeten worden toegeschreven aan de meester zelf, terwijl profeten van het Brusselse raadhuis niet uit zijn werkplaats kunnen stammen [Hier moet een vertaalfout zijn gemaakt: in het catalogusnummer op dezelfde pagina, waarin een stenen profeet van het raadhuis wordt behandeld, worden deze profeten en de consoles waarop zij stonden juist wel aan het atelier van de Meester van Hakendover toegeschreven.] De profeetjes tonen een eendere stijlontwikkeling als de figuren het retabel van Hakendover en zijn dus voor de verder ontwikkelde en in 1404-1405 te dateren grote profeten te plaatsen. Dergelijke figuren: profeten met baard en tulband, zijn een zeer geliefd thema in deze periode. Met hun plastische kwaliteit en hun gesloten composities zijn de profeten een voortreffelijk voorbeeld van de kunst rond 1400. Werden de grote profeten van het raadhuis vroeger in verband gebracht met Claus Sluter en ook als jeugdwerk van hem aangezien en ca. 1380 gedateerd, Didier en Steyaert stellen deze figuren en ook de kleine profeten in de traditie van Beauneveu en daarmee van de Parijse kunst.
Legner 1980: Bouvy heeft middels een brief de tentoonstellingsmakers van Keulen 1978 op het vijfde profeetje attent gemaakt, dat hoort bij de in Keulen 1978 tentoongestelde profeetjes uit Ath (inv.nrs. onbekend) en Frankfurt (Liebieghaus, inv.nrs. 901 en 902). Dit vijfde profeetje was wel door een foto bekend, maar stond te boek als verloren gegaan.
Van het aankoopbedrag werd 90% door het rijk, 10% door het museum opgebracht. - LiteratureSingel 6 en Bouvy : een band van 113 jaar (Hortense Höppener-Bouvy), 2017Collectie Neutelings : vier eeuwen middeleeuwse sculptuur (L. Hendrikman), 2016, p. 90, afb. 24.2 en nt. 1 en p. 88, tekstWat feesten ons vertellen (Anite Haverkamp), 2013, p. 31Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2013) , 2013, nr. 1De weg naar Van Eyck (Stephan Kemperdick), 2012, p. 208, afb. A en p. 209, tekstTextbook highlights Museum Catharijneconvent (2009) , 2009Feest! : weet wat je viert (Anite Haverkamp), 2007, p. 20, afb.Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2006) , 2006, p. 14Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600 (Marieke van Vlierden), 2004, p. 2, 19, 27 kleurafb., 86, 88, 89, 90, 101Het profeetje, een topstuk uit de middeleeuwen (Marieke van Vlierden), 2001, p. 51, afb.
- Remarks?Have you noticed a mistake or do you have any further information about this object?
Let us know!




