
Met de armen van het lichaam af
Credit line: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Credit line: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Met bewegende armen
Credit line: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Credit line: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
- Object textDe rechter engel lijkt opzij te kijken naar zijn collega. Beide engelen hebben liturgische gewaden aan: zij dragen albe, amict en koorkap. Beide hebben een vrolijk krullenkopje, maar ze zijn niet identiek. Niet alleen hun houding verschilt, de sluitspelden van hun koorkap zijn anders én ze dragen hun kandelaars in een verschillende hand. In de andere hand hielden de beide engelen oorspronkelijk een wierookvaatje. De constructie van die arm is zodanig dat de arm op en neer kon gaan door aan een touwtje te trekken, zoals bij een trekpop. Ze stonden aan weerszijden van een altaar. De hoekige plooien in de gewaden doen vermoeden dat deze lichtdragers zijn vervaardigd in het gebied dat in de zestiende eeuw onder de hertogdommen Kleef en Gelre viel. Hun vleugels zijn ze helaas in de loop der eeuwen kwijtgeraakt.
- text typefor publication
- written in2006
- Current locationNot on display in the museum
- Object numberABM bh298
- Object namebeeld, verlichting (objectnaam), kandelaar
- TitleEngel met kandelaar
- Creatoronbekend (Kleef-Gelre)
- Production date1535 - 1544
- Materialseikenhout, verf, ijzer
- Dimensions
- 41.0 cm
- 17.5 cm
- 11.5 cm
- Acquisition methodoud bezit
- Acquisition date1911
- DescriptionBeide engelen zijn lopend voorgesteld. Ze zijn ongeveer spiegelbeeldig aan elkaar. Zij houden een kandelaar in de hand. ABM bh298 draagt de kandelaar in de rechterhand. Zijn rechterbeen is iets naar voren geplaatst. ABM bh299 draagt de kandelaar in de linkerhand en heeft zijn linkerbeen iets naar voren geschoven. Zijn gezicht is driekwart naar links gewend. De kandelaars hebben een met knorren versierde voet, nodus en lekschaal. De engelen hebben vierkante gezichten met smalle, door zware oogleden omgeven ogen. Het haar bestaat uit stijve, ronde krullen. De figuren staan op een kleine, veelhoekige, vlakke grond, die bij ABM bh299 een iets ingezwenkte zeshoek is en bij ABM bh298 meer is afgerond.
De engelen dragen de kleding van acolieten?: een albe waarover een koorkap en om de hals een amict. De rijkgeplooide albes vallen ruim over de voeten en worden even boven het middel door een band bijeengehouden. De gewaden zijn onder de band opgeschort. Het onderste gedeelte valt in zeer onregelmatige kreukels neer. Bij ABM bh299 slaat een deel van de stof terug over zijn linkerbeen, zodat de linkervoet vrijkomt. Bij ABM bh298 waait bij de rechtervoet de zoom op. Ook de mouwen van de albes zijn opgeschort en de uiteinden ervan zijn omgeslagen. De koorkappen zijn op de borst met een agraaf gesloten. ABM bh298 heeft een zeshoekige agraaf, ABM bh299 een vierkante. De koorkap waait bij de vrije arm op en vormt daar een terugslagplooi.
Polychromie:
ABM bh298: Rood op de binnenkant van de koorkap, op de onderkant van de kandelaars, op de buitenkant van de koorkap, in het haar (bolus) en op het standvlak; vlekjes blauw aan de binnenkant van de albe.
ABM bh299 geeft hetzelfde beeld.
Techniek:
Bij ABM bh298 lag de kern links, bij ABM bh299 rechts achter het werkblok. Aan de achterzijde bewerkt. Noest op de borst van ABM bh298.
Boven op het hoofd een ondiep, onregelmatig gaatje; in de onderkant een groot, diep gat, doorsnede ca 2,5 cm, mogelijk doorlopend tot in de vierkante opening achter in de rug. De vierkante opening is bij ABM bh298 3 x 3,7 cm en bij ABM bh299 3 x 3,5 cm. Ze zijn waarschijnlijk aangebracht om het bewegingsmechaniek van de vrije arm te kunnen bedienen. Rond het gat in het standvlak drie vierkante gaatjes voor het polychromeren?
De vrije armen van de engelen zijn apart aangezet. Door de bovenkant van de arm is een ijzeren pen gestoken, die door de schouder naar buiten steekt. Aan deze pen bevindt zich een korte dwarsstang met een gaatje erin. De dwarsstang is door een gleuf in de pen heengestoken; door het gaatje kon een touwtje worden gehaald, zodat men door hieraan te trekken de armen kon bewegen. In het koorkapschild aan beide kanten een langwerpige sleuf voor het insteken van de vleugels. Bij ABM bh299 restanten van de vleugels aanwezig. Boven in de kandelaars twee gaatjes voor pinnen om de kaarsen op te zetten.
Staat:
De handen met de kandelaars zijn beide afgebroken geweest en vastgezet met twee gesmede nagels.
Ontbreken: de pennen van de kandelaars; de vleugels.
Afgebroken: vele delen van de grond vooral bij ABM bh298. Beschadigingen aan de krullen van het haar en de tenen.
In de achterkant bij ABM bh299 zitten twee gaatjes bovenaan in de rug en één onderaan, bij ABM bh298 zitten drie gaatjes in het koorkapschild en één onderaan. - NotesDe engelen vormen een paar, dat waarschijnlijk aan weerszijden van een altaar opgesteld is geweest. Dergelijke engelen stonden wel op hoge zuilen. Mogelijk hielden zij met de beweegbare armen het koord van het gordijn vast waarmee het altaar kon worden afgeschermd? Zie voor dergelijke gordijnen het interieur van een kerk op de prent "Het Geloof" van Hieronymus Cock (ca. 1510-1570) naar Pieter Brueghel, inv.nr. StCC gr36.
De constructie van het bewegingsmechaniek lijkt oorspronkelijk.
Vogelsang 1911: Nederrijn, ca. 1540. Op de foto in Vogelsang zijn nog later toegevoegde pinnen op de kandelaars en geprofileerde, ronde voetstukken zichtbaar.
Recklinghausen 1959/60: dat./herk. id.
Utrecht 1962 (Bouvy): idem, ca. 1530-1540.
Höppener-Bouvy: Van Heukelum heeft de engelen mogelijk opgemerkt tijdens bezoeken aan de nieuwe kerk van Aalten, die rond 1858 moet zijn voltooid. Zie Looijenga 1991, p.212. - LiteraturePraymobil : mittelalterliche Kunst in Bewegung (Michael Rief), 2026, p. 331-339, afb. 15.3 a en bZien & geloven : zintuiglijke ervaring in de late middeleeuwen (Vera de Lange), 2024, p. 137, afb. 138Bewogen beweging : beeldengroepen als theater (Herman Pleij), 2016, p. 12, afb.Engelen in de kunst (Inge Schriemer), 2006, p. 101, afb.Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600 (Marieke van Vlierden), 2004, p. 134, 340, 410Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht (Désiré Bouvy), 1962, cat. nr. 241Holzskulptur in den Niederlanden, 1: das Erzbischöfliche Museum zu Utrecht (W. Vogelsang), 1911, nr. 138a en b, pl. XXXI
- Remarks?Have you noticed a mistake or do you have any further information about this object?
Let us know!


