
Voor restauratie Van Wissen 2006
Credit line: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Credit line: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
- Object textMYSTERIEUZE MARIA
Dit is het oudste houten Mariabeeld van Museum Catharijneconvent, bijna 800 jaar oud en vermoedelijk gemaakt in het gebied rond de Maas. Het is een heel bijzonder voorwerp, want de meeste kerkschatten uit de periode 1100-1350 uit het midden van West-Europa hebben de tand des tijds niet doorstaan. Van de oorspronkelijke omgeving van Maria is maar weinig over. Ook haar kind, kroon en armen ontbreken. Toch heeft ze een krachtige uitstraling. Onze Maria roept veel vragen op: Waar stond ze in de middeleeuwen? Wat was haar functie? En waarom is juist zij bewaard gebleven? Voor antwoorden op deze vragen gaan we op reis naar het hoge noorden en het verre zuiden, naar Noorwegen en Catalonië. Reist u mee?
EEN GOUDEN MARIA
Maria
Maasgebied, ca. 1240
Utrecht, Museum Catharijneconvent, ABM bh316
Dit Mariabeeld is met grote aandacht gemaakt. Kosten noch moeite zijn gespaard. Het gezicht van Maria is lichtroze van kleur met donkerroze blossen en dieprode lippen. De beschildering van haar jurk is oorspronkelijk, net als de vergulding. Ook in het haar is goud verwerkt. Bovenin het hoofd zit een holte van circa 7 cm in doorsnede en 5 cm diep. Hierin zaten ooit relieken. Onbekend is van welke heilige de relieken afkomstig waren. Kijk nog even goed naar dit beeld. Tijdens uw reis naar het noorden en zuiden zult u zien dat deze Maria, gemaakt in het midden van West-Europa, veel gemeen heeft met haar verre verwanten. - text typetext in exhibition
- for exhibitionNorth & South : Europese topstukken herenigd
- written in2019
- On display now
- Current locationKlooster begane grond Refter
- Object numberABM bh316
- Object namebeeld
- TitleZittende Maria
- Creatoronbekend (Maasland)
- Production date1230 - 1239
- Materialsnotenhout, verf, goud, linnen
- Dimensions
- 94.0 cm
- 41.5 cm
- 32.0 cm
- Acquisition methodschenking
- Acquisition date1910-06-30
- DescriptionMaria zit frontaal op een bank zonder leuning. Op haar linkerknie zat het nu verdwenen Christuskind, waarvan de plaats door een pengat is aangeduid. Maria heeft een lang, ovaal gelaat met kleine mond. Het wordt omgeven door fijne haarstrengen die tot over haar schouders vallen.
Maria draagt een lang gewaad met ronde hals en split. Het valt in smalle, scherpe pijpplooien neer en bedekt in hoekige vouwen de grond en deels het puntige schoeisel. Haar mantel ligt vlak over haar schouders. Het ene uiteinde hangt in pijpplooien af van haar linkerknie. Het andere is onder haar rechterarm doorgetrokken en over haar schoot gedrapeerd en hangt in diepe, v-vormige plooien neer langs haar rechterbeen. De mantel bedekt tevens de voor- en bovenzijde van het bankje. Dit staat op een kleine, vlakke grond.
De zijden van het bankje zijn gedecoreerd met gotische tracering. Deze bestaat uit een tweelichtvenster met spitsbogen en deelzuiltje. Op de twee spitsbogen rust een ronde vierpas in een cirkel. Dit geheel wordt omsloten door een grotere spitsboog, met links en rechts in de zwikken een ronde driepas. De tracering rust op een hoge, geprofileerde plint en wordt aan de bovenzijde afgesloten door een geprofileerde lijst. Het deelzuiltje is voorzien van een geprofileerd basement en gestileerd bladkapiteel.
Polychromie:
Grote delen van de oorspronkelijke polychromie zijn bewaard gebleven. Deze is aangebracht op een dikke, witte krijtgrond. Op meerdere plaatsen is in lacunes linnen zichtbaar, waarmee scheuren in het hout zijn gedicht, onder andere op de borst en aan de achterzijde.
Incarnaat: roze met rode blossen; zwarte details van de ogen. Hieronder ligt een lichter incarnaat met bruine detaillering. Mond rood in meerdere lagen. Haar matverguld op bruine bolus, minimaal drie verguldingslagen. Tevens restjes groen en zwart.
Boord kleed wit, waarop sporen vergulding en een rode bies.
Kleed, mantel, bankje, grond, schoeisel: glansvergulding die direct op de witte grond lijkt te liggen.
Techniek:
Aan de achterzijde uitgehold. Brede beitel- en gutssporen in de uitholling. Boven in het hoofd een taps toelopende uitholling voor relieken van ca. 7 cm doorsn. x 5 cm d. In de brede rand rond de uitholling verspreid enkele gaatjes van vierkante nagels en rechts een rond gaatje; in het midden voor- en achteraan een ondiep gaatje (sporen van voormalige afdichting?). Beitelsporen op de rand. Een deel van de modellering is aangebracht in de krijtgrond. Dit geldt met name voor het haar. In de uitholling links en rechts gescheurde noesten, ongeveer ter hoogte van het middel. In het dunne gedeelte van de mantel onder de armen is de wand aan weerszijden doorbroken en gedicht met een spie, die met een zwarte lijmachtige substantie is vastgezet. Ter hoogte van de rechterschouder in de uitholling een gescheurde noest. De ajour gesneden traceringen van het bankje zijn elk met vier houten pennen in de dichte zijkanten van het bankje vastgezet. Standvlak niet bekeken. Gezien de scheurvorming lag de kern mogelijk aan de achterzijde, in het midden, in het werkblok.
Voormalige oorspronkelijke bevestiging (?): twee grote metalen nagels aan de voorkant en rechts door het grondje, mogelijk ook links. Links en rechts van het gezicht twee ronde gaten door-en-door.
Staat:
De pennen waarmee de decoratie aan het bankje is gezet zijn vervangen. In beide traceringen behalve de pennen ook twee gesmede nagels.
Ontbreken: het kind (pengat van ca. 1 cm doorsn. x ca. 1,5 cm d.); de bovenkant van het hoofd van Maria, met eventuele kroon.
Afgebroken: beide armen (links bijgezaagd met een deel van de mantelrand; rechts bijgezaagd: twee gaten in en lijmsporen op het breukvlak); een stuk van de tracering aan de achterzijde rechts.
Door de linkerzijde van het beeld lopen grote scheuren, o.a. door Maria's rechterheup, langs het bankje tot in de grond. Deze scheur is oorspronkelijk met linnen verstevigd en later aan de binnenzijde van de uitholling gefixeerd met een moderne metalen strip, vastgezet met twee schroeven. Vanuit deze scheur loopt een tweede door de bovenkant van het bankje. Een lichte scheur in de uitholling. Ook het grondje is licht gescheurd. Enkele spijkergaatjes rond de uitholling, tevens zeer oude lijmresten, identiek aan die waarmee de spietjes in de uitholling zijn vastgezet (sporen van een voormalige afdichting?). Op de rechterschouder een afgebroken nagel. Twee kleine spijkergaatjes aan weerskanten van de hals, in het haar (sporen van aanhechting van voormalige decoraties, aankleding?).
Enkele houtwormgaatjes links en rechts onderaan in de uitholling.
De verflaag is zwaar beschadigd en gesleten en vertoont grote lacunes, o.a. op de borst, de schoot, de knieën, de grond en het bankje. - NotesNet als RMCC b207 behoort deze Zittende Maria tot het type der Sedes Sapientiae: Maria als zetel der wijsheid (Christus). Het beeld sluit stilistisch zeer dicht aan bij de figuren op de Mariaschrijn te Aken (1220-1238). Het vertoont dezelfde scherpe, smalle plooien als deze uit edelmetaal gesmede beelden. Op grond hiervan en gezien de stijl van de tracering ligt een datering in het tweede kwart van de 13de eeuw voor de hand. Het beeld zal ontstaan zijn in de omgeving van Aken/Maastricht. Ook is er enige overeenkomst met de Sedes Sapientiae in de St.-Jean te Luik. Bouvy (1947), Timmers (1949) en Defoer (Utrecht 1985) stellen dat het ontstaan van dergelijke beelden nauw verbonden is met de edelsmeedkunst, die in deze periode de leidende positie had en mede de vorm van de houtsculptuur bepaalde. Tevens is er een nauwe relatie tussen dit soort beelden en reliekschrijnen. Uit de vroege reliekhouders, die bestonden uit een met metalen platen beslagen houten kern, zou zich het houten heiligenbeeld hebben ontwikkeld. Van de relieken die zich in de reliekenholte van deze Maria met kind hebben bevonden is niets bekend.
Status quaestionis:
Inv. Rientjes: 13de eeuw; later: Maas, Aken, Luik, ca. 1300.
Inv.vel: Maas- of Moezelgebied. Verwant aan 13de-14de-eeuwse figuren van metalen schrijnen.
Vogelsang 1911: Rijn-Maasgebied, ca. 1300. Volgens Vogelsang heeft het kind op Maria's knie gestaan. De rechteronderarm was volgens hem ingestoken. Polychromie van haren en incarnaat van later datum. Volgens overlevering uit het Moezelgebied. Volgens Vogelsang eikenhout.
Bouvy 1947: Maaslands. Vergeleken met de zittende madonna's aan de smalle zijde van de Karelschrijn te Aken (1200-1215) en aan de lange zijde van de Mariaschrijn te Aken (voor 1238) en op de voorzijde van de Driekoningenschrijn te Keulen (ca. 1200) en beschouwd als surrogaat voor dergelijke, gouden beelden.
Maastricht 1947: Maasstreek, 13de eeuw.
Amsterdam 1949: Maasstreek, ca. 1250.
Timmers 1949-1: Midden-Rijn (Keulen, Mainz) of Maasland (Luik), 1ste h. 13de eeuw. Gezien de overeenkomst met de Sedes sapientiae in de St.-Jean te Luik is Maaslandse herkomst waarschijnlijk.
Timmers 1949-2: Maasstreek, 2de h. 13de eeuw. Ontstaan onder invloed van de edelsmeedkunst. De aard van de draperie is vergelijkbaar met die van de Sedes Sapientiae in de St.-Jean te Luik.
Timmers 1957: Maasland, 13de eeuw, vgl. plooival met drijfwerk.
Bouvy 1959: als 1947.
Utrecht 1962: Maasland, eind 13de eeuw.
Bouvy 1966: Maasgebied, eind 13de eeuw. Zeer verwant aan de Sedes sapientiae van de St.-Jean te Luik.
Timmers 1971: Maasstreek, 1ste h. 14de eeuw.
Utrecht 1971: Maasland, ca. 1240. Behoort tot het type der Sedes sapientiae, Maria als zetel der wijsheid, troon voor Christus. Verwantschap met de Maaslandse reliekschrijnen en onder invloed van de Maaslandse edelsmeedkunst ontstaan.
Utrecht 1982: Maasgebied, ca. 1240.
Vandamme 1982: Opgevoerd als voorbeeld voor linnenpreparatie. Deze linnenpreparatie werd aangebracht om de plamuur beter te laten hechten aan de drager. Het beeld werd daartoe voor het plamuren geheel met in lijm gedrenkt linnen beplakt. Linnen is bovendien minder gevoelig voor de inkrimpende en uitzettende bewegingen waaraan hout, ten gevolge van klimatologische factoren, onderhevig is. Aldus fungeert het als een soort buffer tussen hout en plamuur, zodat de plamuurlagen minder snel gaan afbrokkelen. Het heeft echter wel als nadeel dat het alleen op grote sculpturen kan worden toegepast, omdat het de details van kleine beelden te zeer zou verdoezelen. Zelfs bij grote beelden worden gezicht en handen, om deze reden, bijna altijd vrijgelaten. Bovendien kan het ook gebeuren dat de bekleding slechts van plaatselijke aard is en bijvoorbeeld enkel boven barsten wordt toegepast. Deze linnenpreparatie vinden we voornamelijk in de periode voor 1300. Naast ABM bh316 zijn andere 13de-eeuwse voorbeelden die Vandamme geeft: de Sedes Sapientiae in de St.-Janskerk te Luik, het OLV-Ten-Troostbeeld te Vilvoorde en de beelden van de triomfgroep van Wezemaal. Uit de 14de eeuw: een St.-Pieter uit het Museum Mayer van den Bergh te Antwerpen, de St.-Petrus en Paulusfigren uit het Landesmuseum te Münster, de St.-Cornelius uit de verzameling van de Commissie voor Openbare Onderstand te Brugge en de St.-Leodnardus uit de gelijknamige kerk te Zoutleeuw. Voor de periode rond 1500: Christus op de Koude Steen in de St.-Pieterskerk te Leuven een een Madonna (inv. nr. C41) in het Stedelijk Museum van dezelfde stad. [zie voor de lit.verwijzingen de publicatie]
Utrecht 1985 (Defoer): De Sedes sapientiae wordt ook wel Thronos Salomonis genoemd. Christus wordt dan beschouwd als nieuwe Salomo. ABM bh316 sluit stilistisch zeer dicht aan bij de figuren op de Mariaschrijn te Aken (1220-1238). Op grond hiervan en gezien de stijl van de tracering ligt een datering in het 3de kw. van de 13de eeuw voor de hand. Ontstaan in de omgeven van Aken/Maastricht. Het ontstaan van dergelijke beelden is nauw verbonden met de edelsmeedkunst, die in dit geval de leidende positie had en mede de vorm van den houtsculptuur bepaalde. Tevens is er een nauwe relatie tussen dit soort beelden en reliekschrijnen. Uit de vroege reliekhouders, die bestonden uit een met metalen platen beslagen houten kern, ontwikkelde zich het houten heiligenbeeld.
Utrecht 1994-2: Maasgebied, ca. 1240; NB: in het educatief blad staat in het onderschrift foutief: eikenhout!
Amsterdam/Utrecht 2000: Maasland, 1230-40.
Delen van de polychromie werden vastgezet door Clavaux ('s-Gravenhage) in 1952, 1955 en 1957 en door R. Bremer (IJmuiden) in 1996. Lacunes werden toen ingetoond en scherpe randen afgerond. Het stuk werd gerestaureerd door Mares (Maastricht) van 11 oktober 1966 tot 22 maart 1967. Deze conserveerde de grotendeels loszittende polychromie met kunstharslijm, verwijderde een bruine vernis, bronsgoud en een zwart-bruine waslaag. Tevens verving hij harde vullingen. Aan de linkerzijde van het beeld heeft Mares een rechthoekig vlakje laten staan, dat de niet schoongemaakte, bruinige toestand weergeeft.
Van Vlierden: Vergelijking van de foto's gepubliceerd in Vogelsang 1911 en Timmers 1949-2 toont aan dat in de tussenliggende periode en overschildering van het gezicht is verwijderd, de oppervlakte is gereinigd, scheuren in de grond zijn gedicht en lacunes zijn geretoucheerd. - LiteratureNorth & South : middeleeuwse kunst uit Noorwegen en Catalonië 1100-1350 (Justin Kroesen), 2019, p. 130, cat. nr. 17, afb.North & south : medieval art from Norway and Catalonia 1100-1350 (Justin Kroesen), 2019, p. 130, cat. nr. 17, afb.Nord & sud : art medieval de Noruega i Catalunya 1100-1350 (Justin Kroesen), 2019, p. 130, cat. nr. 17, afb.North & south : Europese topstukken herenigd (Micha Leeflang), 2019Maria, de film (Pia Westgren), 2019North & South : Europese topstukken herenigd (Maartje de Jong), 2019, cat. nr. 1North & South : European masterpieces reunited (Maartje de Jong), 2019, cat. nr. 1Geen dag zonder Maria (Désirée M.D. Krikhaar), 2017, 4 maartHout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600 (Marieke van Vlierden), 2004, p. 26, kleurafb., 63, 247Verzamelen van middeleeuwse kunst in Nederland 1830-1903 (Barbara Kruijsen), 2002, p. 176Kleur op middeleeuwse sculptuur : enkele voorbeelden uit de collectie van Museum Catharijneconvent te Utrecht (Marieke van Vlierden), 2001, p. 257-261, afb. 3-4De weg naar de hemel : reliekverering in de Middeleeuwen (Henk van Os), 2000, afb. 122, p. 106, 108Middeleeuwse houten beelden: ambacht en techniek (Marieke van Vlierden), 1994, afb.Schatkamers uit het Zuiden (Jos Koldeweij), 1985, cat. nr. 21, afb.Tekst en uitleg [1982] (Henri Defoer), 1982, p. 40, afb.De kunst van het Maasland (J.J.M. Timmers), 1971-1980, dl. 1, p. 302, afb. 432Banden met het Zuiden , 1971, cat. nr. 35, afb.Beeldhouwkunst [1966] (Désiré Bouvy), 1966, p. 40, pl. 11Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht (Désiré Bouvy), 1962, cat. nr. 8, afb. 6De Nederlandse beeldhouwkunst (Désiré Bouvy), 1959, p. 47Houten beelden : de houtsculptuur in de Noordelijke Nederlanden tijdens de late middeleeuwen (J.J.M. Timmers), 1949, p. 16,17, afb. 17Uit de schatkamers der middeleeuwen : kunst uit Noord-West Duitsland van Karel de Grote tot Karel de Vijfde (F. Wolff Metternich), 1949, cat. nr. 10aAchtenveertig eeuwen beeldhouwkunst in hout (J.J.M. Timmers), 1949, p. 648-649, afb. 12.45Tentoonstelling Maria in de kunst : internationaal Maria Congres 1947 , 1947, cat. nr. 5De middeleeuwsche beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden (Désiré Bouvy), 1947, p. 17-18Holzskulptur in den Niederlanden, 1: das Erzbischöfliche Museum zu Utrecht (W. Vogelsang), 1911, nr. 1, pl. 1
- Remarks?Have you noticed a mistake or do you have any further information about this object?
Let us know!
































