Description
Anna zit in een grote zetel met gotische traceringen en heeft haar linkerarm om Maria geslagen die rechts voor haar, op een lager bankje, op een kussentje zit. Maria is driekwart naar links gewend en steunt het naakte Christuskind dat op haar schoot zit bij de borst en de heup. Het kind bladert in een boek, dat op Anna's knie ligt, terwijl Anna het boek bij enkele bladen beet heeft. De groep is geplaatst op een hoge sokkel met afgeschuinde hoeken.
Anna draagt een lang gewaad, hoofd- en kindoek. Haar mantel is bovenop haar hoofd teruggeslagen en ligt over haar schouders. Maria draagt een kroon met punten waartussen tegenovergestelde voluten op het hoofd. Haar lange haar ligt in golvende strengen over haar schouders. Ze draagt een kleed met ronde halsuitsnijding, met een versierde boord en een verticale versierde band op de keurs. Haar mantel ligt over haar schouders en haar schoot. Het schoeisel is rond.
Langs de bovenkant van de rugleuning van Anna's zetel loopt een horizontale profielrand met in ieder uiteinde een gat. De gebogen armleuningen lopen aan weerszijden uit in een bladvormige krul waaronder een voluut. De leuningen rusten op kleine driekwartzuiltjes. De zijschotten van de zetel zijn voorzien van een tracering bestaande uit een rondboognis waarboven een druppelvorm. De zijkant van het bankje vertoont drie keperboognissen waaronder drie rechthoekige nissen.
Polychromie:
De polychromie bestaat uit vele lagen overelkaar en is tot steeds wisselende niveaus vrijgelegd. Meerdere niveaus zijn dus tegelijkertijd zichtbaar. Het zal uitvoerig onderzoek vergen om te bepalen welke kleurcomposities het stuk oorspronkelijk heeft gehad. De vastgestelde lagen worden beschreven van onder naar boven.
Algemeen: incarnaat met rode blossen, zwarte pupillen en wenkbrauwen en rode monden.
Anna:
Kindoek: meerdere lagen wit; sluier: op en onder het wit sporen van vergulding.
Mantel: zwart, blauwgroen, vergulding op een lichtoranje bolus, sterk bruingeel verkleurde goudverf/moderne vergulding met rode bies.
Kleed: donkergrijs, witte grond, citroengeel, meerdere lagen lichtblauw, donkerblauw, sporen vergulding.
Onderste deel kleed: donkerblauw, lichtrood, donkerder rood, lichtblauw, vergulding.
Schoenen: zwart, sporen vergulding.
Zetel: randen verguld op bruine bolus, wit, oranje bolus; velden rugleuning grijze grond, blauw, wit, rood; zijkanten: rode profielen met blauwe velden, wit, wit, lichtrood, donkerder rood.
Sokkel: profielen verguld; velden: sporen vergulding, meerdere lagen blauw, wit, oranjerood.
Boek: bladen wit; snede verguld en zwart; band oranje (bolus), wit, zwart.
Maria:
Kroon: vergulding op bruinige bolus, vergulding op lichtoranje bolus, binnenzijde kroon helderrood met sporen vergulding.
Haar (ook van het Kind): goud op bruine bolus, roodbruin.
Halsuitsnijding: sporen vergulding op bruine bolus, incarnaat.
Mantel: zwarte grond (?), blauw, rood, donkerbruin, roze, blauw.
Kleed: donkerrood, lichtrood, blauw, purperachtig rood.
Mantel: donkerblauw, lichtblauw, roze, bruinrood, rood.
Kussen: op enkele ondefinieerbare lagen: lichtgroen (?), donkergroen, wit, rood; kwastjes verguld.
Bankje: wit, donkergrijs (zilver?); in de velden meerdere grijze lagen met sporen blauw, dan wit, groen, oranjerood; langs de bovenrand een rest moderne vergulding met rode details.
Op de drie schuine vlakken van de sokkel staat het opschrift "ANNA/.JESVS./MARIA" in hoog-reliëf. De rechterpoot van de laatste A van ANNA en de linkerpoot van de M vormen de zijkanten van het middenveld. De laatste A van MARIA vormt de rechterkant van het rechterveld.
Techniek:
Aan de achterzijde uitgehold. In de uitholling brede gutssporen. De pupillen zijn ingeboord. Boven in het hoofd van Anna een ondiep gaatje.
De sokkel is aan het beeld gespijkerd met vijf ijzeren nagels (een ontbreekt). In het standvlak van de sokkel links een onregelmatig ovaal gat van ca. 3,5 cm l. en 2 cm br. Dit gat loopt door tot in het beeld. Rechts eenzelfde sleuf waarin twee ronde gaten, l. ca. 4 cm x b. ca. 2 cm. Daartussen, meer naar voren, een rond gat van 1,2 cm doorsn. dat in een grote holte uitmondt. Van Weezel Errens heeft, toen sokkel en beeld vanelkaar genomen waren, gezien dat in de bovenzijde van de sokkel een ovale holte aanwezig was met een doorsnede van 4 tot 4,5 cm en diepte van 2,8-3,4 cm; hij duidt deze als mogelijke bergplaats voor relieken.
De sokkel past niet perfect.
Staat:
De sokkel is met twee moderne pennen aan het beeld bevestigd, maar zit nog steeds los.
Aan de achterzijde lijkt boven de uitholling de rug van Anna bijgewerkt met witte substantie (gips?). Hieruit is een stukje gebroken.
Boven in de uitholling een barst.
Achter in de sokkel een kromme spijker.
Boven de uitholling enkele houtwormgaatjes.
Alle lagen polychromie zijn over het gehele oppervlak beschadigd en gesleten.