Huidige locatie
Niet in het museum te zien
Objectnummer
ABM bh634
Objectnaam
beeld
Titel
Piëta
Vervaardiger
Datering
1480 - 1499
Materiaal
eikenhout, verf, goud
Afmetingen
Verwervingsmethode
legaat
Verwervingsdatum
1975-11-20
Beschrijving
Maria zit op een rotspartij. Het lichaam van de gestorven Christus rust horizontaal met het hoofd naar links op haar schoot. Het is naar de beschouwer gewend en relatief klein. Christus' rechterarm hangt uitgestrekt naar beneden. Maria ondersteunt met haar rechterhand zijn bovenlichaam en met de linker houdt zij zijn linkeronderarm vast. De rotsgrond is aangeduid met parallelle, deels onregelmatige groeven in meerdere richtingen.
Christus is met de lendendoek bekleed. Maria is gekleed in een lang, omgord gewaad. Haar mantel valt over haar linkerknie en ligt plooien voor haar op de grond. Haar hoofd is bedekt door een sluier, een hoofddoek en een kindoek. De spitse punt van haar linkerschoen steekt onder haar gewaad uit.
Polychromie:
Latere, nagedonkerde polychromie, waaronder sporen van meerdere oudere lagen zichtbaar zijn. Op de laatste laag lijken resten gelige was of vernis te liggen; mogelijk het door Truijen in het restauratieverslag van 1998 genoemde waslaagje. Dit is vooral goed zichtbaar op het gezicht van Maria en op haar hoofddoek. Het incarnaat van Maria is roze met rode blossen; details ogen zwart en wit, zwarte wenkbrauwen en rode randen langs de oogleden. Het incarnaat op het lichaam van Christus is gelig, met blauwgroene lippen, bruine details van de ogen, rode bloedsporen. Haar bruin. In de lacunes op het lichaam zijn twee lagen roze zichtbaar, een rozerode waarop een lichtroze. De rozerode laag loopt door onder het lichtgrijs van de lendendoek. Hiertussen bevindt zich een vergulding op een donkerbruine bolus. De rozerode laag is over vrijwel het hele oppervlak van het beeld in lacunes zichtbaar, alsof er een rozerode gronderingslaag is geweest onder de latere vergulding op bruine bolus.
De sluier van Maria lijkt bedekt met een brons- of goudverf (?) waaronder (?) wit met rode biezen en een rand met vergulding op gele bolus. Daaronder bevindt zich een rozerode laag, waaronder rood. Op de kindoek van onderen naar boven: een witte grondering, rozerood, witte grondering (?), lichtgrijs. Maria's gewaad lijkt bedekt met een goudverf of met zilver met een goudlak erover. Daaronder van onderen naar boven: blauw, rozerood, donkerrood. Buitenzijde mantel: tot zwart nagedonkerd blauw; daaronder van onderen naar boven: roodbruine bolus (?), helderrood, roze, vergulding op een geelbruine bolus. Binnenzijde mantel: bronsachtig groen, waaronder van onder naar boven blauw en roze. Grond: twee lagen groen. Aangezette deel grond: groen, soms op het kale hout, waaronder aan de zijkant rechts rood. Rots: bruin, waaronder groen.
Techniek:
Het beeld is aan de achterzijde deels schematisch uitgewerkt. Het onderste deel van de grond is aangezet met drie gesmede nagels in drie diepe gaten (doorsn. ca. 1,5 cm). Het onderste deel van de rots is ruw afgespleten. De nerven in het beeld lopen verticaal, in de sokkel horizontaal.
Werkbanksporen: In de bovenzijde van het hoofd van Maria drie kleine indrukken. Op het standvlak enkele rechthoekige indrukken, mogelijk van een vork-achtige tang van de werkbank. Mogelijk zijn de drie gaten in het onderste deel van de sokkel ook voor het vastzetten in de werkbank gebruikt (Truijen 1998).
Staat:
Aan de rechtervoorzijde van de grond is een scheur gedicht met een spie.
Ontbreken: enkele vullingen tussen het onderste deel van de sokkel en het beeld.
Afgebroken: de tenen van Christus' linkervoet; de vingers van zijn linkerhand.
De linkerenkel van Christus is gescheurd. Verder scheuren in de onderrand van het beeld aan de voorzijde en enkele lichte scheuren in de achterzijde.
In het standvlak enkele houtwormgaatjes en twee spijkergaatjes.
De polychromie is zwaar beschadigd en bladdert.
Opmerkingen
Jaarverslag ABM 1975: Opper-Gelre, laat-gotisch. Hoofdzakelijk latere polychromie, waaronder nog resten van originele beschildering en vergulding waarneembaar.
Op het inv.vel. wordt als iconografische vergelijking opgevoerd een Vlaamse Piëta, 15de eeuw, voorm. verz. Van Stolk (zie: Haarlem 1912, nr. 140).
Gerestaureerd door A. Truijen (Maastricht) in 1998. Zie hier voor nadere technische details. Truijen meldt dat de drie gaten onderin het stuk zouden zijn gebruikt voor het vastzetten in de werkbank. Het stuk was bedekt met stof, roet en was van kaarsen. De polychromie bladderde. Bij de restauratie zijn de lacunes waarin de witte grond zichtbaar was ingetoond en zijn de bladders vastgezet.
Literatuurverwijzingen
Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600 (Marieke van Vlierden), 2004, p. 148, 343, 364
Titel
Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600
Auteursvermelding
M. van Vlierden ; met medewerking van H.L.M. Defoer, H.M.E. Höppener-Bouvy
Plaats van uitgave
Zwolle, Utrecht
Uitgever
Waanders Uitgevers, Museum Catharijneconvent
Jaar van uitgave
2004
Paginering
527
Illustraties
ill.
ISBN
90-400-8873-X
Annotatie
Met bibliogr., regs.
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
beeldhouwkunst
Persoon/instelling
Museum Catharijneconvent
Exemplaarnummer
2004/59300D-301D
Catalogue des sculptures, tableaux, tapis etc. formant la collection d'objets d'art du Musée Van Stolk, Jansstraat 50, Haarlem , 1912, cat. nr. 140
Titel
Catalogue des sculptures, tableaux, tapis etc. formant la collection d'objets d'art du Musée Van Stolk, Jansstraat 50, Haarlem
Plaats van uitgave
Den Haag
Uitgever
Nijhoff
Jaar van uitgave
1912
Paginering
136
Illustraties
ill.
Materiaal
boek
-
Persoon/instelling
Museum van Stolk
Exemplaarnummer
ABM 00/130mus cat
Opmerkingen?