Nederlands Nederlands
Taal wijzigen
  • EnglishEnglish
  • Zoeken
  • Resultaten
  • Details
  • Aanvragen

Laden

image
Deze afbeelding is niet beschikbaar in hoge resolutie. Neem contact op met Arno van Os via adm.vanos@catharijneconvent.nl om deze afbeelding te bestellen.
  1 / 4 
 Objectgegevens
image
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
  2 / 4 
 Objectgegevens
image
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
  3 / 4 
 Objectgegevens
image
Deze afbeelding is niet beschikbaar in hoge resolutie. Neem contact op met Arno van Os via adm.vanos@catharijneconvent.nl om deze afbeelding te bestellen.
  4 / 4 
 Objectgegevens
  • Tekst
    Van kelk naar beker

    Deze schaal en beker dateren uit het jaar 1965 en zijn vervaardigd voor Leo Koerhuis, die in dat jaar tot priester wordt gewijd. Het eenvoudige karakter van deze set is typerend voor de tijd waarin naar versobering wordt gestreefd. De traditionele kelk en pateen krijgen hier de vorm van een gewone beker en broodschaal, verwijzend naar het maaltijdkarakter van de eucharistie. Het gaat niet langer om liturgisch vaatwerk, zo licht Koerhuis toe. Het gaat om voorwerpen die op zichzelf tekens zijn: symbolen van waar ze voor staan.

    Kelk en hostieschaal van priester Leo Koerhuis,
    olijfhout en zilver, Jack de Valk (ontwerp), Albert Dresmé
    (uitvoering), 1965
  • soort tekst
    zaaltekst tentoonstelling
  • voor tentoonstelling
    Van God los? : de onstuimige jaren zestig
  • geschreven in
    2022
  • Huidige locatie
    Niet in het museum te zien
  • Objectnummer
    RMCC m755a
  • Objectnaam
    kerkgerei, kelk, beker
  • Titel
    Zilveren miskelk, cilindrische voet met zilveren ring waarop conische beker bekleed met olijf- of resakhout
  • Vervaardiger
    Jack de Valk (naar ontwerp van)
    Albert Dresmé (edelsmid)
  • Datering
    1965
  • Materiaal
    zilver, olijfhout?, resakhout?, messing
  • Afmetingen
    • 18.0 cm
    • 11.4 cm
  • Verwervingsmethode
    schenking
  • Verwervingsdatum
    2020-10-28
  • Opmerkingen
    Informatie van de schenker via mail op 15 oktober 2020:

    Ik ben Leo Koerhuis, geboren in 1939 in Dalfsen. Ik heb de traditionele opleiding tot priester gevolgd. Dat betekende dat ik op 12-jarige leeftijd naar het kleinseminarie van het Bisdom Utrecht in Apeldoorn ging en daar gymnasium-A deed. Daarna volgde het grootseminarie, bestaande 2 jaar filosofie in Dijnselburg, Huis ter Heide. En vervolgens 4 jaar theologie in Rijsenburg, Driebergen. Ik ben priester gewijd in Deventer op 17 juli 1965. Zowel Adri van Dijk als Jack de Valk zijn jaargenoten van mij. Adri en ik zijn ongeveer van dezelfde leeftijd (hij van 1938, ik van 1939) en Jack is wat ouder (1932). Hij was architect (en beeldend kunstenaar) en is wat later aan de priesteropleiding begonnen.
    In onze studententijd was er, vooral in de latere jaren, een vernieuwingsbeweging in gang gezet. Alles moest anders en vooral: soberder, transparanter en ontdaan van blingbling en overbodige franje. Traditioneel kreeg je bij je priesterwijding een kelk en een pateen (en een lepeltje) ten geschenke. Ik kom uit een groot gezin en wij waren niet erg bemiddeld. Voor goud en edelstenen was er gewoon geen geld. Bovendien moesten de beker een broodschaal voor mij vooral eenvoudig zijn. Belangrijk was dat het hier niet zozeer ging om liturgisch vaatwerk, maar om voorwerpen die op zichzelf tekens zijn, symbolen van waar ze voor staan. De kritische professor liturgie Herman Wegman inspireerde ons daarbij. (Later in 1976 schreef hij zijn standaardwerk: Geschiedenis van de christelijke eredienst). Het werd een beker en broodschaal uitgevoerd in (olijf?) hout met verguld zilveren binnenwerk. Mijn jaargenoot Jack de Valk maakte het ontwerp (geen kelk, maar een beker en geen pateen, maar een broodschaal!). De edelsmid was Albert Dresmé uit Utrecht, het hout werd gedraaid door een houtdraaier aan de Oude Gracht in Utrecht (zijn naam weet ik niet). Jack de Valk begeleidde het proces. Wij verzetten ons in die jaren van ritselende revoluties met name tegen allerlei vormen van autoriteit, ook uitgedrukt in rubrieken, voorschriften, wat-mag-en-niet-mag enz. En wij wilden vooral niet meer horen tot de kaste van de klerezij. Het was bijvoorbeeld tot in de zestiger jaren de gewoonte dat neomisten in de parochie van hun woonplaats werden ingehaald in een open landauer en met bruidjes en pauselijke vlaggen en wimpels. Ik heb toen het kerkbestuur gevraagd mij dat niet aan te doen. Maar van de pastoor kreeg ik een brief waarin hij meedeelde dat het allemaal doorging, want “het gaat niet om jou, maar om het priesterschap”. Ik vertegenwoordigde de klerikale stand. Het werd dus toch een heel dorpsfeest. De parochie waar ik in 1965 als kapelaan werd aangesteld was Wierden (1965-1967). Wij begonnen in die dagen ook met jongerenmissen. De eerste werd muzikaal opgeluisterd door het Trio Louis van Dijk. Ons zwarte uniforme pak met boordje werd al gauw grijs en het priesterboordje werd steeds kleiner en verdween spoedig in de la. Daarna heb ik gewerkt als kapelaan in Maarssen (1967-1975). Vervolgens ben ik benoemd tot pastoor (wij zeiden toen pastor) in de Michaelparochie in Zwolle (1975-1984), samen met een pastoraal werker. Wij probeerden steeds meer professioneel te gaan werken en volgden daartoe allerlei cursussen en trainingen. Er groeiden in die dagen ook interessante oecumenische samenwerkingen en we verzetten ons tegen het restauratieve beleid van de kerkelijke overheid. In 1984 werd ik benoemd in Wijk bij Duurstede (1984-1990), een parochie die steeds meer werd gevormd door forenzen, die de grote nieuwbouwwijken gingen bewonen. Na 25 jaar parochiepastoraat heb ik van 1990 tot aan mijn pensioen in 2004 wat meer aan de rand van het instituut kerk gewerkt als geestelijk verzorger in de Amersfoortse ziekenhuizen Eemland en Elisabeth, later gefuseerd tot Meander Medisch Centrum. Naast dat ziekenhuispastoraat deed ik kerkdiensten in de parochiekerk op ’t Zand in Amersfoort, in de toenmalige priorij Emmaüs in Maarssen en tot nu toe bij de zusters van Sint Jozef in Amersfoort. En al die jaren, 55 jaar lang, hebben die beker en broodschaal mij vergezeld. Ik ben altijd trots geweest op hun mooie en eenvoudige vormgeving. En ik ben samen met mijn broers en zussen blij dat ze tenslotte in een van de mooiste musea in Nederland terecht komen.
  •  
  • Literatuurverwijzingen
    Van god los? : de onstuimige jaren zestig  (Tanja Kootte), 2022, p. 5, afb.
    • X 
    • Titel
      Van god los? : de onstuimige jaren zestig
    • Auteursvermelding
      Tanja Kootte
    • Brontitel (Jrgang, Afl.)
      Catharijne : magazine van Museum Catharijneconvent Utrecht (Afl. 1)
    • Jaar van uitgave
      2022
    • Paginering
      4-7
    • Illustraties
      ill.
    • Te zien op tentoonstelling
      Van God los? : de onstuimige jaren zestig (Museum Catharijneconvent, 2022-02-03 t/m 2022-08-28)
    • Materiaal
      artikel
    •  
    • Trefwoorden
      christendom, religiegeschiedenis, religies
    • Geografisch trefwoord
      Nederland
  • Opmerkingen?
    Ziet u een fout of heeft u extra informatie over dit object?
    Laat het ons weten!
Laden
Pagina
1
Adlib Internet Server 6
Axiell ALM