Tekst
Staand Christuskindje
Mechelen, ca. 1510
StCC b2
Kerstwieg
Zuid-Nederland, ca. 1505
ABM v25
Ook in kloosters hebben vrouwen moedergevoelens. Daarom is er in het klooster vaak een houten Christuskindje dat kloosterzusters liefdevol verzorgen. Het is een eer om voor dit kindje te mogen zorgen. Ze kleden hem aan en zingen voor hem. In de kersttijd schommelen de zusters het beeldje van Christus heen en weer in een kerstwiegje. Het wiegje staat symbool voor het hart van de gelovige waarin Christus wordt ontvangen. De kloosterzusters kunnen hun moederlijke gevoelens kwijt in deze rituelen.
soort tekst
zaaltekst tentoonstelling
voor tentoonstelling
Vrouwen voor het voetlicht
geschreven in
2012
Huidige locatie
Niet in het museum te zien
Objectnummer
ABM v25
Objectnaam
wieg, kerstwieg
Titel
Kerstwieg
Vervaardiger
Datering
1500 - 1509
Materiaal
eikenhout, verf, metaal, perkament, goud
Afmetingen
Verwervingsmethode
schenking
Verwervingsdatum
1896
Beschrijving
Het rechthoekige wiegje hangt beweegbaar aan een tweetal kleine pinnen tussen twee zuiltjes. De zuiltjes staan op een geprofileerd, langwerpig, achthoekig voetstuk.
Hoofd- en voeteneinde van het wiegje bestaan uit deels ajour bewerkte panelen, versierd met maaswerk. Ze zijn van boven afgesloten door een ezelsrugboog, in het midden bekroond door een kruisbloem, geflankeerd door hogels en pinakels. Langs de onderzijde is de ezelsrugboog halfrond. Onder deze opengewerkte rondboog staat een soort wimberg met ingezwenkte zijden, bekroond door een kruisbloem en geflankeerd door hogels. Het dichte gedeelte daaronder, dat hoofd- en voeteneinde van het wiegje afsluit, is voorzien van twee blinde rondboogvensters. In de onderzijde van de panelen, tussen de "poten" van het bedje, is een rondboog met een vulling van twee visblazen uitgespaard. De lange zijden van het wiegje zijn versierd met een ajour tracering van onregelmatige, spitse twee- en driepassen binnen een geprofileerde omlijsting. Het ajourwerk is gedicht met vier strookjes perkament, die aan de binnenkant van bedje zijn geplakt. Aan de onderzijde, bij de aansluiting van de zijpanelen op hoofd- en voeteneinde, loopt de omlijsting een stukje rond en onder de omlijsting zijn resten van ajour rankwerk zichtbaar. De binnenzijde van het bedje loopt iets rond: tussen de vlakke bodem en de rechtopstaande zijwanden is aan weerszijden een schuingesteld latje geplaatst. De bodem van het bedje lijkt uit één geheel gesneden met de zijpanelen. De bodem heeft langs de lange zijden een profielrand. Deze randen liggen niet direct onder de zijwanden, maar iets naar achteren. De zones tussen deze profielranden en de hoger en verder naar voren liggende onderranden van de zijpanelen zijn ajour bewerkt en lijken te worden gedicht door de schuingeplaatste latjes aan de binnenzijde van het bedje. De onderranden van het bedje steunen op twee geprofileerde, uitstekende dwarslatjes, die aan de binnenzijde van de korte panelen aan hoofd- en voeteneinde zijn bevestigd. In de bodem van het bedje zijn vijf gaten aangebracht: drie kleine ronde, waartussen twee grotere, onregelmatige openingen.
De zuilen staan op een zeshoekig postament en hebben twee geledingen, die ieder weer de vorm van een zuil met basement en kapiteel hebben. De onderste geleding is gecannelleerd, de bovenste is eveneens gecanneleerd en bovendien in het midden getorst. De bovenste geleding draagt een bladkapiteeltje.
De sokkel bestaat uit een ver uitstekende, geprofileerde dekplaat en plint, waartussen een fors halfholprofiel.
Polychromie:
De polychromie is deels origineel en is aangebracht op een vrij dikke, witte grondering.
Het wiegje, de zuiltjes en het voetstuk zijn deels verguld op een oranjerode bolus. De binnenzijde van het wiegje is rood, evenals de toppen van de pinakels en de kruisbloemen. Het blauw lijkt azuriet op een zwarte grond. Blauw zijn: de achtergrond van de traceringen, de dieper liggende delen van kruisbloemen en hogels, de holten in de bladkapiteeltjes, de zwikken van de bogen, de pinakels. Aan één zijde, (hier voorzijde genoemd) zijn de zijkanten van hoofd- en voeteneinde rood met witte stippen. Het felle rood en blauw is ook op enkele breukvlakken aanwezig en lijkt dus van later datum.
Op de bovenzijde van de sokkel zijn ruitmotieven ingeponst, als een soort tegelvloer. De vierkante "tegels" worden gedeeld door verticale lijnen. De vulling van de vierkanten lijkt te bestaan uit onregelmatige patronen van cirkels en halve cirkels. Het profiel van de dekplaat is verguld. Het halfholprofiel toont meerdere lagen blauw op een zwarte grond. Het bovenste holprofiel van de plint is blauw op een zwarte grond, waarop groen, het onderste is verguld. De onderste rand van de plint is zwart.
Techniek:
Het wiegje is uit meerdere delen samengesteld. De zuiltjes zijn ingestoken in de sokkel. Het bedje bestaat uit meerdere delen: hoofd- en voeteneinde; de kruisbloemen (rechts aangezet inclusief de ring, links alleen de opengewerkte top (is minder goed uitgewerkt, herstelling (?)); de bodem van de wieg met de zijpanelen; de twee dwarslatjes; de twee schuine plankjes in het bedje. Aan de rechterkant zijn de zijpanelen met vier gesmede nagels aan het kopse paneel vastgezet (herstelling?). De sokkel bestaat uit drie delen: dekplaat, holprofiel en plint. De plint lijkt met meerdere gesmede nagels in het standvlak vastgezet. NB oorspronkelijk aantal onderdelen groter: zie staat. Het bedje is met behulp van ijzeren pennen tussen de zuilen opgehangen. Deze pennen zijn voorzien van knoppen, waaronder een ring en zijn aan de binnenzijde niet geborgd.
Staat:
Toevoegingen: zie boven.
Ontbrekende delen: een vermoedelijke boog tussen de twee zuilen (twee sleuven aan de binnenzijde van de zuilen aanwezig, ca. 0,5 cm br. x ca. 3,5 cm l.); een mogelijke baldakijnconstructie (aan beide uiteinden van de sokkel zit een groot rond gat, ca. 1 cm doorsn., door-en-door; in de grondering van de dekplaat bevindt zich om deze gaten een veelhoekige uitsparing; onder de grote gaten, in de onderste profielrand, bevindt zich een klein gaatje; direct onder de metalen knoppen van de ophanging bevindt zich in de zuilen een rechthoekige opening van ca. 0,5 cm br. x ca. 0,8 cm l.); de profielranden langs afgeschuinde zijkanten van hoofd- en voeteneinde (deze zijn geheel kaal; de grondering vormt hier een opstaande rand; de profielen aan de binnenzijde hebben aangesloten bij de nu zinloos uitstekende dwarslatjes onder het bedje); de bekroningen van de zuilen (gaatje aanwezig); de profielranden van de sokkel, tussen holprofiel en dekplaat en tussen holprofiel en plint (geen afwerking aanwezig).
Afgebroken: de twee pinakels aan de achterzijde; een deel van het rankwerk langs de onderzijde van de zijkanten van het bedje; een deel van een visblaas langs de onderrand van het linker kopse paneel; kleine stukjes van de kapiteeltjes, pinakels en kruisbloemen. Een stukje perkament van de binnenbekleding is afgescheurd.
Dekplaat en plint zijn meermaals gescheurd. In het standvlak meerdere spijkergaten.
De verflaag is sterk gesleten en staat hier en daar op, vooral aan de binnenzijde van het bedje.
Opmerkingen
Het wiegje was bedoeld om er een beeldje van het Christuskind in te wiegen. Volgens Keller 1998 (p. 108) was het gebruik van het kerstwiegje beperkt tot de kersttijd: van kerstmis tot Maria lichtmis. Het wiegje kon gebruikt worden voor privé-devotie in het huisgezin en voor religieuze vieringen in kloosters en kerken. (Keller 1998, hoofdstuk VI) In Zuid-Nederlandse testamenten worden vanaf het begin van de 15de eeuw regelmatig wiegjes vermeld. Ze bevinden zich vooral in bezit van vrouwen, maar ook mannen bezaten deze devotie-stukken. (Keller 1998, p. 137)
De vroegste vermelding van een wiegje dat gebruikt werd in spelen die de liturgie verrijkten, dateert uit de 12de eeuw (Gerhoh von Reichersberg, De investigatione Antichristi, 1160-1163; ageert overigens tegen het gebruik). In het Duitse taalgebied zijn enkele geestelijke spelen overgeleverd waarin het kindje-wiegen een rol speelt, daterend uit de 15de en 16de eeuw. Walich Sywaertsz, Roomsche mysteriën ontdekt, 1604, meldt: "(...) hoe men op Kerstdach een wiegken met een Beeldeken daerinne, nae een cleyn kindeken liggende in de luyers gefatsoneert, op 't hoogh Autaer plachten te setten: ende dat d'Ouders hare kinderen met een wiegken en een schel in de kercke leyden: ende als de Priester onder de Misse het Kindeken, op 't Autaer staand, begost te wiegen en te singen Eia Eia Eia enz. soo vinghen de kinderen voort mede aen elck zijne Kindeken te wiegen ende Eia te singen, maeckende daerbenevens een groot geluyt ende geclanck met haere schellen, dat de geheele kercke daervan vervult was." Zie Graaf 1903. Sywaertsz beschrijft echter een voorreformatorische praktijk. In de loop van de 16de eeuw raakte het kindje-wiegen in opspraak, niet alleen bij protestanten, en verdween uit de officiële liturgie. In de tweede helft van de 16de eeuw verdwijnt het wiegje vrijwel uit het burger-interieur. Onder invloed van de romantiek worden in de 19de eeuw weer nieuwe wiegjes gemaakt. (Keller 1998, p. 136-139, 152-154)
Caron 1982, p. 19-21: Het kindje-wiegen werd tevens beschouwd als een godsdienstige oefening. Dit blijkt uit een prekenbundeltje uit 1565, dat toebehoorde aan een zekere zuster Weyncken, Tertiarisse in het Clarissenklooster te Amsterdam. Zij verzamelde in dit boekje een groot aantal preken van haar biechtvader, de minderbroeder Bartholomeus van Middelburg. Deze geeft de zusters een wiegje cadeau. Hij had namelijk gezien hoe kinderen in de kersttijd het kindje Jezus erin wiegden onder het zingen van liedjes. Het wiegje is volgens hem het symbool voor het ootmoedig hart, waarin de zusters Christus moeten ontvangen. Alle onderdelen en ook de aankleding ervan krijgen bij hem een symbolische betekenis: een kussentje der liefde en witte lakentjes van onschuld en van zuiverheid. Het was versierd met pareltjes en bloempjes die verschillende deugden moeten voorstellen. Het was opgehangen aan twee verticale posten (het leven van de heiligen van het Oude en Nieuwe Testament), die bevestigd waren op een stevige voet (het vaste geloof). Aan weerszijden bevonden zich drie koordjes waaraan het heen en weer getrokken kon worden. Tijdens het schommelen begonnen kleine belletjes te rinkelen (o.a. geduid als het ootmoedig gebed), zodat Gods aandacht getrokken zou worden. Het spelen met de wieg was volgens Bartholomeus een godsdienstige oefening, waarmee men God kon dienen. Het idee van Christus die in het hart van de mens wordt geboren, waarbij het hart van de mens als wiegje wordt beschouwd, is al ouder en wordt in de 14de eeuw vooral door preken verspreid. Zie Keller 1998, p. 121-125.
Wentzel 1960: De Dominikaner non Margaretha Ebner in het klooster Maria-Medingen, schrijft in 1344, dat zij een Christuskindje kreeg in een wiegje. Na de gift kreeg zij visioenen waarin het kindje haar 's nachts wakker maakt, vraagt of zij het op schoot wil nemen en haar omhelst. Wentzel ziet dit bericht als bewijs dat de zogenaamde "Andachtsbilder" visioenen opwekten en niet naar aanleiding van visioenen ontstonden, zoals vroeger beweerd. Reeds in de veertiende eeuw zijn vermeldingen van Christuskindjes en wiegjes zeer talrijk, in verband met visioenen.
Niffle-Anciaux 1896: Geeft een uitgebreid overzicht van de bewaarde kerstwiegjes. Deelt ze in twee soorten in: beweegbare en vaste. De beweegbare komen het meeste voor. Deze worden weer onderverdeeld in twee groepen: wiegjes die opgehangen zijn en wiegjes op bogen. De opgehangen wiegen zijn al of niet overdekt door een baldakijn.
Keller 1998: Komt tot een bestand van 27 wiegjes en 5 bedjes en deelt deze in vier typen in: Gestellhängewiegen (wiegjes opgehangen tussen staanders), Kufenwiegen (wiegjes op bogen), Trogwiegen (wiegjes die halfrond zijn van onderen) en staande bedjes. Een aparte categorie vormen de pijpaarden wiegjes (p. 104-106 en cat.nrs. T1-48).
Volgens Wentzel 1954 moet de oorsprong voor het wiegje gezocht worden in afbeeldingen van het Christuskind in een wiegje, die in Engeland reeds in de 12de eeuw voorkomen. Tripps 1998 (p. 67-83) betwijfelt deze iconografische herkomst en tevens wil hij het ontstaan van dit type "Andachtsbild" minder sterk binden aan de mystiek van de 14de-eeuwse, Zuid-Duitse vrouwenkloosters. Het beeldtype kan wel via de zogenaamde Emanuel- of Anapeson-afbeeldingen, waarin het slapende kind in een bedje is voorgesteld, via Byzantium naar Engeland gekomen zijn. Dezelfde Byzantijnse oorsprong zou ten grondslag liggen aan het kindje in bed, afgebeeld als illustratie bij "Et verbum caro factum est" van het Johannes-evangelie in 11de-eeuwse miniaturen, bijv. het Bamberger evangeliarium. De specifieke devotie tot het kindje Jezus en de kribbe verbreidt zich via de franciscanen en dominicanen. Zie opm. bij RMCC b194.
Niffle-Anciaux 1896 (nieuwe uitgave van 1891, met vermeerderde afbeeldingen): Originele polychromie. Op de zuilen moeten engeltjes hebben gestaan. Gleuven in de zuiltjes wijzen op een accoladeverbinding, nu verdwenen, of een soort triomfboog.
Graaf 1903: gotisch, aquarel van Jan Hendrik Brom. Graaf verwijst naar het artikel van Niffle-Anciaux, waarin bewezen wordt dat het kindeke inderdaad gewiegd werd en waarin verscheidene bewaard gebleven kerstwiegjes zijn besproken en afgebeeld. De wiegjes werden gebruikt in het huisgezin, maar ook in kloosters en kapellen. In de Benedictijner abdij van Ste. Godelieve te Brugge was dit in de tijd van Niffle-Anciaux nog het gebruik. Aan de wiegjes hingen soms bellen of schelletjes.
Boerhave Beekman 1939: Frankrijk, begin 16de eeuw.
Wentzel 1960: Laat-gotisch.
Wentzel 1962: ABM v25 en het wiegje in Museum Mayer-van den Bergh in Antwerpen zijn het meest verwant aan het door Wentzel besproken bedje in Glasgow (zie overzicht hieronder).
Utrecht 1962: Zuid-Nederland, begin 16de eeuw. Andere wiegjes zijn bewaard in: Abdij van St.-Godelieve te Brugge, St.-Janshospitaal te Brugge, Groot Begijnhof te Leuven.
Utrecht 1971: Zuid-Nederland, begin 16de eeuw. Kerstwiegjes waren meestal eigendom van een vrouwenklooster en werden in de kersttijd in het koor van de kapel opgesteld en onder het zingen van kerstliederen aan het schommelen gebracht. In Nederland is dit exemplaar enig in zijn soort maar in andere landen is er nog een aantal bewaard gebleven: Brugge, Leuven, Keulen, Antwerpen (zie hieronder) en in de St.-Niklaaskerk te Enghien.
Caron 1982: Zuid-Nederland, begin 16de eeuw.
Uden 1986: Zuid-Nederland, begin 16de eeuw.
Kruif 1996: als afb. bij artikel over het tractaat van Sieuwertsz.
Keller 1998: Zuid-Nederland, rond 1500. De literatuuropgave is niet volledig. Wel noemt hij hierbij een onuitgegeven licentiaatsverhandeling te Leuven: Th. de Raedt, Repos de Jésus. Jésueaux. Louvain-la-Neuve 1989.
Wiegjes die het beste met ABM v25 vergelijkbaar zijn:
- Brugge, Stedelijke Musea (Memlingmuseum-St.-Janshospitaal), inv.nr. 0.SJ81.V, Vlaanderen, ca. 1425-1450. Voorzien van een gotisch baldakijn dat op de zuilen rust waartussen het wiegje hangt. Zie: H.L. "Kerstwiegje", in: Kunstwerk van de maand, 96, december 1990 [mus. Stedelijke Musea Brugge] (hangmap); Keller 1998, cat.nr. 5.
- Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh, inv.nr. onb., Zuid-Nederland/Brabant, ca. 1430-1460. Wiegje opgehangen tussen twee zuilen, rijk met maaswerk versierd, op een rechthoekige, met maaswerk gedecoreerde sokkel. De kopse kanten van het wiegje zijn beschilderd met een annunciatie en een visitatie. (foto's hangmap) Zie Keller 1998, cat.nr. 8.
- Glasgow, Burrell Collection, inv.nr. 50.239, Zuid-Nederland, eind 15de eeuw. Eveneens met wimbergen en pinakel en ajour maaswerk. Voorzien van beeldjes op de "steunberen" (poten) en op de panelen van de kopse kanten. Zie Keller 1998, cat.nr. 11.
-Enghien/Edingen, parochiekerk St.-Nicolaas, Brabant/Antwerpen, rond 1500. Klein wiegje onder baldakijn. Rijk met maaswerk versierd. Zie Keller 1998, cat.nr. 12.
- Wiegje met onbekende verblijfplaats, afkomstig uit het Hospitaal van Tirlemont/Tienen, Zuid-Nederland, ca. 1500. Met maaswerk versierd, opgehangen tussen twee grote steunberen waartussen een grote boog. Op met maaswerk gedecoreerde sokkel. Zie Keller 1998, cat.nr. 15.
- Amiens, Bibliothèque Municipale, Zuid-Nederland, rond 1500. Wiegje met rijk ajour maaswerk, oorpsr. opgehangen tussen nu verdwenen zuilen of pijlers. Net als ABM v25 van binnen met perkament beplakt, binnenzijde rood, buitenzijde blauw.
Gerestaureerd door Clavaux ('s-Gravenhage, 27 maart 1957): goudschilfers vastgezet en lichtelijk gereinigd. Gerestaureerd door Mares (Maastricht, 1978): polychromie vastgezet, vergulding en azuriet schoongemaakt en geconserveerd.
Het wiegje was voorheen geregistreerd als ABM bh352.
Op het standvlak in zwarte inkt "Q Q".
Literatuurverwijzingen
Dissimilar Similitudes : Devotional Objects in Late Medieval Europe (Caroline Walker Bynum), 2020, p. 68 afb. 1.5a
Titel
Dissimilar Similitudes : Devotional Objects in Late Medieval Europe
Auteursvermelding
Caroline Walker Bynum
Plaats van uitgave
New York
Uitgever
Zone Books
Jaar van uitgave
2020
Paginering
343
Illustraties
ill.
Annotatie
notenapparaat met bibliografie
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
devotionalia, gender, nonnen, devotieprenten, materiële cultuur
Geografisch trefwoord
Europa
Exemplaarnummer
2021/1050D18
De naakte waarheid (Herman Pleij), 2016, p. 33, afb.
Titel
De naakte waarheid
Auteursvermelding
Herman Pleij
Brontitel (Jrgang, Afl.)
Catharijne : magazine van Museum Catharijneconvent Utrecht (Afl. 2)
Jaar van uitgave
2016
Paginering
32-36
Illustraties
ill.
Annotatie
Met lit.opg.
Te zien op tentoonstelling
De zomer van Herman Pleij (Museum Catharijneconvent, 2016-07-08 t/m 2016-09-04)
Materiaal
artikel
-
Trefwoorden
beeldhouwkunst, schilderkunst, Christuskind, naakt, Maria in de kunst, Maria met kind, kinderen, moederschap, seksualiteit, kerstmis, Christus, Salvator Mundi, Christus, doornenkroning, Hooglied, mystiek, Heilige Familie, zondeval, pijpaarde, nonnen, wiegen
Persoon/instelling
Jezus van Nazareth, Hemessen, Jan van, Gossaert, Jan, Vermeyen, Jan Cornelisz., Adam, Eva, Baldung Grien, Hans, Scorel, Jan van, Heemskerck, Maarten van, Brueghel, Pieter de Oude, Dominicus, Bernardus van Clairvaux, Anna, Bernard van Orley
Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600 (Marieke van Vlierden), 2004, p. 248
Titel
Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600
Auteursvermelding
M. van Vlierden ; met medewerking van H.L.M. Defoer, H.M.E. Höppener-Bouvy
Plaats van uitgave
Zwolle, Utrecht
Uitgever
Waanders Uitgevers, Museum Catharijneconvent
Jaar van uitgave
2004
Paginering
527
Illustraties
ill.
ISBN
90-400-8873-X
Annotatie
Met bibliogr., regs.
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
beeldhouwkunst
Persoon/instelling
Museum Catharijneconvent
Exemplaarnummer
2004/59300D-301D
Die Wiege des Christuskindes : ein Haushaltsgerät in Kunst und Kult (Peter Keller), 1998, cat. nr. 16, afb. 33
Titel
Die Wiege des Christuskindes : ein Haushaltsgerät in Kunst und Kult
Auteursvermelding
Peter Keller
Plaats van uitgave
Worms
Uitgever
Werner'sche Verlagsgesellschaft
Jaar van uitgave
1998
Paginering
244
Illustraties
60 ill.
Reeks
Manuskripte zur Kunstwissenschaft in der Wernerschen Verlagsgesellschaft
ISBN
3-88462-953-0
Annotatie
Reg, samenv.
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
Christuskind, wiegen
Exemplaarnummer
98/61354B16
Van kerstmis tot pasen in Walich Sieuwertsz.' trakstaat "Roomsche mysterien ondeckt" : in en rond de Oude Kerk in het zestiende-eeuwse Amsterdam (Huub de Kruif), 1996, p. 4, afb.
Titel
Van kerstmis tot pasen in Walich Sieuwertsz.' trakstaat "Roomsche mysterien ondeckt" : in en rond de Oude Kerk in het zestiende-eeuwse Amsterdam
Auteursvermelding
Huub de Kruif e.a.
Brontitel (Jrgang, Afl.)
Oude Hollandse kerken (Afl. 42)
Jaar van uitgave
1996
Paginering
3-23
Illustraties
ill.
Materiaal
artikel
-
Trefwoorden
kerken Amsterdam, kerstmis, Pasen
Geografisch trefwoord
Amsterdam
Persoon/instelling
Oude Kerk Amsterdam
Begijnen in Brabant : de begijnhoven van Breda en Diest (F.W.J. Koorn), 1987, p. 18
Titel
Begijnen in Brabant : de begijnhoven van Breda en Diest
Auteursvermelding
Florence Koorn, Michel van der Eyckenfoto's Onno Meeter
Plaats van uitgave
Breda (etc.)
Uitgever
Esso
Jaar van uitgave
1987
Paginering
63
Illustraties
ill.
Reeks
Esso museumreeks
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
begijnen
Geografisch trefwoord
Breda, Diest
Exemplaarnummer
87/47642C102
Birgitta van Zweden (A.G. Weiler), 1986, cat. nr. 75, afb. 124
Geert Grote en de moderne devotie (Marlies Caron), 1984, voorwerpenlijst p.7, cat. nr. 103
Titel
Geert Grote en de moderne devotie
Auteursvermelding
M.L. Caron...[et al.]
Plaats van uitgave
Utrecht
Uitgever
Rijksmuseum Het Catharijneconvent
Jaar van uitgave
1984
Paginering
62
Illustraties
ill.
Te zien op tentoonstelling
Geert Grote en de moderne devotie (Rijksmuseum Het Catharijneconvent, 1984-04-14 t/m 1984-06-24)Het wereldlijk leven in Deventer in de 14de eeuw (Historisch Museum Deventer, 1984-08-17 t/m 1984-10-17)
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
Moderne Devotie
Persoon/instelling
Geert Groote
Exemplaarnummer
84/161300D-301D
Pijpaarden beeldjes, individuele devotie en massacultuur (Marlies Caron), 1982, p. 17-21, m.n. p. 19-20, afb. 21
Titel
Pijpaarden beeldjes, individuele devotie en massacultuur
Auteursvermelding
M.L. Caron
Brontitel (Jrgang, Afl.)
Vroomheid per dozijn
Jaar van uitgave
1982
Paginering
17-21
Illustraties
ill.
Materiaal
artikel
-
Trefwoorden
beeldhouwkunst, devoties, pijpaarde
Banden met het Zuiden , 1971, nr. 43
Titel
Banden met het Zuiden
Auteursvermelding
voorwoord J.J.M. Timmers
Plaats van uitgave
Utrecht
Uitgever
Aartsbisschoppelijk Museum
Jaar van uitgave
1971
Paginering
36
Illustraties
ill.
Annotatie
Lit. opg.
Te zien op tentoonstelling
Banden met het Zuiden (Aartsbisschoppelijk Museum, 1971-09-16 t/m 1971-11-14)
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
kunstgeschiedenis
Geografisch trefwoord
Zuid-Nederland
Exemplaarnummer
96/482(1)mus cat
Museum Mayer van den Bergh : catalogus 2: beeldhouwkunst, plaketten, antiek (Jozef de Coo), 1969, p. 158
Titel
Museum Mayer van den Bergh : catalogus 2: beeldhouwkunst, plaketten, antiek
Auteursvermelding
Joz. de Coo
Plaats van uitgave
Antwerpen
Uitgever
Museum Mayer van den Bergh
Jaar van uitgave
1969
Paginering
385
Illustraties
ill.
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
antiek, beeldhouwkunst, reliëfs
Exemplaarnummer
ABM 00/147mus cat
Ein Christkindbettchen in Glasgow : addenda aus der Burrell Collection (Hans Wentzel), 1962, p. 276-277, afb. 8
Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht (Désiré Bouvy), 1962, cat. nr. 273
Titel
Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht
Auteursvermelding
samenst. D.P.R.A. Bouvy ; foto's Hans Sibbelee
Plaats van uitgave
Den Haag
Uitgever
Mouton
Jaar van uitgave
1962
Paginering
237
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
beeldhouwkunst
Persoon/instelling
Aartsbisschoppelijk Museum
Exemplaarnummer
ABM 00/14mus cat
Ein Wiener Christkindwiege in München und das Jesuskind der Margaretha Ebner (Hans Wentzel), 1960, p. 281, afb. 8
kerstfeest : ontstaan en verbreiding, viering in de middeleeuwen (J.J. Mak), 1948, p. 105-115, afb. 7
Hout van oerwoud tot interieur (W. Boerhave Beekman), 1939, p. 525, afb.
Titel
Hout van oerwoud tot interieur
Auteursvermelding
door W. Boerhave Beekmanmet een inleidend woord van J.Ph. Pfeiffer
Plaats van uitgave
Deventer
Uitgever
Kluwer
Jaar van uitgave
1939
Illustraties
ill.
Annotatie
Kopie van een deel van het boek
Materiaal
boek
-
Trefwoorden
beeldhouwkunst, hout
Exemplaarnummer
97/39818F39/1
Hebben onze middeleeuwsche voorouders hun "Kerstkindje" niet heuschelijk gewiegd? (Jacobus Joannes Graaf), 1903
Katholieke illustratie , 1903, jrg. 37, p. 181-182, afb.
Titel
Katholieke illustratie
Auteursvermelding
H.A. Banning e.a.
Plaats van uitgave
's-Hertogenbosch
Illustraties
ill.
Annotatie
Foto: 6x6 ng van: 1869/33 (2x); 7(1873/74); 8(1874/75)p.24; 53(1918/19)42; 54(1919/20)32; 56(1921/22)42; 60(1926)14,52; 61(1927)39; 63(1928/29)pausnummer; 64(1929/30)9; 76(1943)9; 80(26/2/1946); 80(1946)1 (2x); 80(1946)13,20; 89(1955)p.1803; 92(1958) 46 Foto: kb dia van: 53(1919)42; 54(1920)37; 56(1922)42 Foto: ng kb van: 1 (1868), p. 341
Materiaal
weekblad
-
Trefwoorden
Katholieke Illustratie
Exemplaarnummer
00/646233
Opmerkingen?