
Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Detail
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
Bij gebruik vermelden: Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer
- Huidige locatieNiet in het museum te zien
- ObjectnummerABM bh460
- Objectnaambeeld
- TitelMaria met kind
- Vervaardigeromgeving van Colijn de Nole (Noord-Nederland) naam vervaardiger onzeker
- Datering1545 - 1599
- Materiaaleikenhout, verf
- Afmetingen
- 38.5 cm
- 12.5 cm
- 9.5 cm
- Verwervingsmethodeschenking
- Verwervingsdatum1922-03-22
- BeschrijvingMaria staande voorgesteld, rustend op haar rechterbeen, draagt het kind op haar linkerarm. Ze kijkt naar beneden en met haar rechterhand houdt zij het kind een onbestemd voorwerp voor, waar het kind met zijn rechterhandje naar grijpt. Met zijn linkerhand houdt het kind zijn tunica omhoog. Hij zit met bovenlichaam en gezicht driekwart naar links gewend en houdt zijn beentjes gekruist. Maria staat met haar rechtervoet op een rotsig, wat afgerond grondje. Haar linkervoet rust op een engelenkopje.
Zij draagt een wijd, omgord onderkleed, dat op haar linkerschouder met een ronde speld is gesloten. Daaroverheen een wijde mantel. Het gewaad is ter hoogte van de heupen opgeschort. Om het haar is een sluier gewonden. Christus is gekleed in een mouwloos kort tuniekje, met een ronde speld op de halsboord.
Polychromie:
Kleine resten van meerdere (?) lagen polychromie. Resten witte grondering. Rood op de mond van Maria en van de engel. Rood op Maria's mouw. Binnenzijde mantel rood, waarop wit; buitenzijde sporen blauw. Resten groen op het grondje. Het hout is sterk roodachtig gekleurd, alsof het hele stuk in rode beits is gedompeld.
Techniek:
Bijna rondom uitgewerkt: de middenbaan aan de achterzijde is vlak. Vlot uitgewerkt: op vele plaatsen gutssporen zichtbaar. Tussen Maria's rechterhand en haar borst is als steun een "bruggetje" hout blijven staan (zeer ongebruikelijk voor houtsculptuur). Dit is geen onderdeel geweest van het afgebroken object in de rechterhand.
Het standvlak is wat uitgehold: parallelle gutssporen van ca, 0,5 cm breed. De kern lag rechts onder het werkblok.
Werkbanksporen: in het standvlak een gat, doorsn. 1,5 cm, d. ca. 2 cm. IN het hoofd een taps gaatje, max. doorsn. 0,5 cm, d. max 1 cm. Hiervoor enkele kleine, rechthoekige deukjes, naast elkaar op een rijtje en twee onduidelijker deukjes.
Staat:
Afgebroken: het voorwerp in Maria's rechterhand (rest een steeltje tussen de vingers); de linkerwijsvinger beschadigd; de linkergroteteen. - OpmerkingenDeze Maria met kind zal een stuk voor privé-devotie zijn geweest.
Inv. Rientjes: midden 16de eeuw; later: Noord-Nederland, omg. Colijn de Nole, eind 16de eeuw; later: ca. 1600. Vgl. ABM bh472.
Gildeboek 1922: Zuid-Nederland, midden 16de eeuw. Er zijn zoveel overeenkomsten in drapering, gelaatsuitdrukking en houding dat men toch aan eenzelfde maker, voorbeeld of werkplaats moet denken als van ABM bh472.
Leeuwarden 1947: 2de h. 16de eeuw. Van dezelfde meester uit de sfeer van De Nole als ABM bh472.
W.J. Oostveen, Velua Catholica, dl. I, 1950: niet in bibl.
Delft 1951: omg. Colijn de Nole, 2de h. 16de eeuw.
Utrecht 1962 (Bouvy): Utrecht, omgeving Colijn de Nole, 1550. Verwant met
ABM bh472.
Müller 1963 (Bespreking van Utrecht 1962): alleen vermeld.
Brief van A.G. Steenbergen (Veenendaal) d.d. 20-7-1966 aan Bouvy (zie hangmap): Oostveen 1950 zou vermelden dat het stuk afkomstig is uit de oude kerk van Wageningen. Steenbergen meldt dat volgens mededelingen van de koster het beeldje in de oude parochiekerk, die in 1925 buiten gebruik werd gesteld. Een enkele oudere parochiaan meende dat het ten tijde van pastoor Hoefsloot (1875-1904) al in de kerk stond. Vraagt om nadere provenance-gegevens. Antwoord Bouvy 8-8-1966: geen nadere gegevens bekend.
Mogelijk vals. Dendrologisch onderzoek geprobeerd in 1998 door P. Klein, maar te weinig jaarringen voorhanden.
Van Vlierden: Het stuk is meer verwant met ABM bh472 (Colijn de Nole?) dan met ABM bs649 (Colijn de Nole). De figuur en plooival van dit laatste, stenen stuk is beduidend monumentaler en klassieker dan van de twee houten beelden. De houding van beide houten Maria's, het gezichtstype en ook het motief van het engelenkopje zijn overeenstemmend. De draperie van ABM bh460 lijkt wat dieper en grover uitgewerkt. Mogelijk is dit stuk een latere (mogelijk moderne) navolging van ABM bh472. Opvallend is dat men tussen de rechterarm van Maria en haar borst een stukje hout heeft laten staan. Dergelijke 'steunbruggetjes' zijn gebruikelijk bij stenen beelden, niet bij houten. Dit detail, samen met de wat grove uitwerking, zou er mogelijk op kunnen duiden dat het beeldje een model is geweest voor een monumentaal stenen beeld. - LiteratuurverwijzingenEen laatmiddeleeuws retabelfragment (Micha Leeflang), 2008, p. 9Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600 (Marieke van Vlierden), 2004, p. 376, 391Buchbesprechung: D. Bouvy, Beeldhouwkunst Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Utrecht 1962 (Th. Müller), 1963, p. 247Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht (Désiré Bouvy), 1962, cat. nr. 325Van intimiteit tot theater , 1952, cat. nr. 71Vijf eeuwen kerkelijke kunst : Jubileum-tentoonstelling Friesch Museum Leeuwarden : Frisia Catholica , 1947, cat. nr. 61Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht (Antonius Egbertus Rientjes), 1922, nr. 5, p. 33, afb.Onze Canonborden (Antonius Egbertus Rientjes), 1919
- Opmerkingen?Ziet u een fout of heeft u extra informatie over dit object?
Laat het ons weten!












